De werking van de bloedsuikerspiegel
Alles wat je eet en drinkt heeft invloed op je bloedsuikerspiegel, ook wel de bloedsuikers genoemd. Dus de mate waarin er suiker in je bloed zit, even simpel gezegd. Zodra je eet of drinkt worden koolhydraten opgenomen in je darmen en omgezet naar glucose in je bloed. Zodra er glucose in het bloed zit, stijgt de bloedsuikerspiegel. Dan komt de alvleesklier in actie met de productie van insuline. Dit hormoon maakt het mogelijk voor cellen om de glucose op te nemen als energie.
Wat doet insuline?
Heel simpel gezegd: insuline is de sleutel die de deur van het cel openmaakt zodat glucose in de cel kan. Als cellen verzadigd zijn in energie maar er nog glucose in het bloed zit, dan zet het lichaam dat overschot aan glucose om in lichaamsvet. Als je dus te vaak een hoge bloedsuikerspiegel hebt en daarmee een overschot aan glucose, kom je dus aan in gewicht.
Nou zou je kunnen denken ‘dan ga ik gewoon minder koolhydraten eten’. Vandaar dat ook het koolhydraatarme dieet erg populair is. Waar ik overigens absoluut geen voorstander van ben. Want koolhydraten zijn een belangrijk brandstof voor je lichaam. Het is een van de macronutriënten naast eiwitten en vetten die je nodig hebt om te kunnen bewegen, na te denken, je lichaamstemperatuur te regelen etc.

Enkelvoudige en meervoudige koolhydraten
Het is dus letterlijk een brandstof voor je lichaam, zoals je ook brandstof in je auto doet om te kunnen rijden, hebben wij koolhydraten nodig voor die energie. Maar er zit wel een verschil in koolhydraten. Even simpel gezegd enkelvoudige koolhydraten en meervoudige koolhydraten. Enkelvoudige koolhydraten zijn witte producten dus witbrood, pasta, friet, pizza, afbakbroodjes, cola, alles waar echt suikers in zit, dat zijn enkelvoudige koolhydraten.
Meervoudige koolhydraten zijn alle gezonde producten. Dus volkoren producten, vlees, vis, groente, zilvervliesrijst, zuivel, dat zijn meervoudige koolhydraten. Het verschil tussen die twee koolhydraten is dat een enkelvoudige koolhydraat heel snel wordt opgenomen in je bloed en een meervoudige koolhydraat minder snel wordt opgenomen in je bloed.
Glykemische index
De snelheid waarmee koolhydraten in je bloed worden opgenomen, wordt geïndexeerd met een glykemische index. Dus elk product heeft een, afgekort, een GI-waarde. Vroeger mensen die diabetes hadden die wisten van heel veel producten de GI-waarde uit hun hoofd. Dat ze precies wisten hoeveel koolhydraten ergens in zaten, zoals in een boterham bijvoorbeeld.
En wat voor GI-waarde dat dus had, dus hoe hoog stijgt mijn bloedsuikerspiegel hiermee. Tegenwoordig hebben ze daar een apparaatje voor, waar ook de insuline mee wordt geregeld.
De GI-waarde geeft dus aan de waarde waarmee je bloedsuikerspiegel stijgt op het moment dat je dat product eet of drinkt. Er zit een verschil in de hoogte en snelheid waarmee een product wordt opgenomen in je bloed. Enkelvoudige koolhydraten gaan snel en geven een hoge piek in de bloedsuiker. Meervoudige koolhydraten worden minder snel opgenomen en geven een minder hoge piek.

Schommelingen in de bloedsuiker
Op het moment dat de bloedsuiker uitslaat, maakt het lichaam insuline aan. Dat is naar evenredigheid van hoe hoog die piek is. Dus op het moment dat jouw piek heel hoog is, maak je ook evenredig evenveel insuline aan en is je dal dus net zo laag als dat je piek hoog is. Hoe lager je dal, hoe slechter jij je voelt. Je energie is slecht en je wil dan ook weer eten. Dus je hebt ook sneller honger. Je hebt ook zin in lekkere dingen, vooral koolhydraten vaak.
Lekkere koolhydraten, dat is ook de reden waarom bijvoorbeeld als je één chocolaatje pakt het heel lastig is om het bij dat ene chocolaatje te laten. Suiker vraagt om suiker. Dat geeft een hoge piek in de bloedsuiker en door de aanmaak van insuline kom je in een laag dal. Je hebt vaker en meer honger. Het gevolg is dus dat je vaker en meer (slecht) eet of gaat snoepen.
Beperk gebruik van zoetstof
Overigens is dit een trucje wat wordt gebruikt in de veefokkerij. Daar gebruiken ze zoetstof dat een signaal afgeeft naar het lichaam dat er suiker binnenkomt. Maar de daadwerkelijke waarde van suiker is er niet, want het is zoetstof, maar je lichaam reageert daar wel zo op. Dus er is wel insuline aanmaak. Dat geeft een enorm laag dal, want er is helemaal geen piek geweest. Het gevolg is, dat je continu blijft eten. Dit trucje gebruiken ze in de veefokkerij om bijvoorbeeld varkens continu te laten eten overeten. En dat ze dus in een korte tijd heel snel heel dik worden.
Daarom kun je dus beter niet te veel zoetstof gebruiken, want daar ga je uiteindelijk dus meer door eten. Je hebt dus veel last van een bloedsuiker met veel pieken en dalen. Je eet meer, je voelt je heel slecht, je energie is slecht.